minder gelijk

“Het grootste obstakel voor het doen van ontdekkingen is niet onwetendheid; het is de illusie van het hebben van kennis.”
Daniel J. Boorstin

 

In 1962 besloot een ervaren producer van Decca Music om niet te investeren in een Engels garagebandje. Twijfelen deed hij niet. “We houden niet van hun klank en gitaarmuziek loopt bovendien op zijn einde.” Het garagebandje deelde deze mening niet en bleef gewoon gitaarspelen. Wie had er achteraf gelijk? Het garagebandje, The Beatles.
Vergissen is menselijk, maar als het op voorspellen aankomt zitten zelfs genieën er wel eens naast. Thomas Edison meende dat in de toekomst alles van staal zou worden gemaakt, John Langdon-Davies zag het democratisch systeem vóór 1950 verdwijnen en Michael Dell adviseerde Steve Jobs in 1997 om te stoppen met het noodlijdende Apple.
Waren deze voorspellers naïef of overmoedig? Welnee. Ze waren menselijk. Het is zo gemakkelijk om de draak te steken met hun ongelijk, nu de tijd in het voordeel van plastic, parlementen en iPhones heeft besloten. Beter vraag ik me af hoe mijn kindskinderen later zullen oordelen over mijn overtuigingen. En vooral wat ze zullen vinden van de stelligheid waarmee ik gewend ben te spreken.
Want – om even eerlijk te zijn – heb ik chronisch last van het stelligheidsvirus. Zoals verkoudheid je dwingt te niezen, zo zet dit virus mij aan om te bluffen. Ik hoor mezelf soms een standpunt verdedigen alsof ik er jarenlang onderzoek naar heb gedaan, terwijl ik dat twee dagen geleden van een schimmige website had gevist. Waarom doe ik dat? Waarom laat ik de waarheid niet in het midden? Waarom laat ik me niet inenten met de geneeskrachtige woordjes “misschien”, “mogelijk” of het krachtige serum: “Ik weet het niet”?

Blijkbaar wil ik die persoon zijn die altijd gelijk heeft. Vreemd is dat, want iedereen heeft een hekel aan dat soort mensen. Ik ook! Maar zo iemand ben ik zelf. Erger nog: als jij zou zeggen dat ik arrogant, betweterig en uit de hoogte overkom, dan moet ik bekennen dat je niet de eerste bent die dat zegt. Dit imago schijn ik maar niet kwijt te raken. Het begon al vroeg in mijn kindertijd: als jochie van zeven vond ik de woordjes in het dictee van de juf te simpel waar ik ongegeneerd klassikaal ruchtbaarheid aan gaf. Waarna ze me prompt een moeilijker woord opgaf. Waarna ik vol zelfvertrouwen naar voren liep om het op het bord te schrijven. Hont.

Verder lezen? Dit is hoofdstuk 11 uit het boek “Maak me minder”

 

“Waarom willen we zo graag gelijk hebben? Wij christenen zijn onterecht bang om geen echte gelovige te zijn wanneer we wel eens twijfelen en eens niet stellig zijn. Daarnaast heeft ieder mens een sterke voorkeur om bevestigd te worden in de standpunten die eerder in zijn genomen.
Gelijk hebben we lang niet altijd. Het is wetenschappelijk aangetoond dat we moeite hebben met het luisteren naar elkaar, het onthouden van gebeurtenissen en het logisch redeneren. Het is daardoor onmogelijk uit onszelf de waarheid te kennen, maar dat betekent niet dat er geen waarheid bestaat. Gelukkig kunnen we aannemen dat alle belangrijke waarheden ons aangereikt worden.”

Inenting tegen het stelligheidsvirus

Hoofdstuk 11 uit het boek "Maak me minder"