minder bijzonder

“De hoogmoed beleeft geen plezier aan het hebben van iets, maar alleen aan het hebben van meer dan een ander. We zeggen wel eens dat mensen trots zijn op hun rijkdom, hun slimheid, hun mooie uiterlijk, maar dat zijn ze niet. Waar ze trots op zijn is dat ze rijker of slimmer of mooier zijn dan anderen. Als iedereen rijk of slim of mooi werd, zouden ze niets meer hebben om trots op te zijn.”
C. S. Lewis

 

Narcissus had alles mee in het leven. Hij was vaardig in de jacht, had een uitstekende conditie en een blakende gezondheid. Maar zulke jonge mannen waren er wel meer in het oude Griekenland. Wat Narcissus bijzonder maakte was zijn uiterlijk. Hij was oogver-blindend knap. Als je op straat een mooi gezicht tegenkomt kijk je wel eens een tweede keer, maar bij Narcissus zou je zijn gestopt met lopen. Je had hem zelfs aangestaard totdat hij uit het zicht verdween! Tot Narcissus’ frustratie lieten sommigen hem echter helemaal niet uit het zicht verdwijnen. Integendeel, zowel vrouwen als mannen probeerden op alle mogelijke manieren zijn hart te veroveren. Op alle mogelijke plaatsen. En op alle mogelijke momenten, tot vervelends toe. Voor Narcissus hoefde het niet zo, hij was niet zo bezig met de liefde. Rond rennen met pijl en boog, achter wilde dieren aan, daar hield hij van. De jacht was zijn grote liefde en zijn motto was: “Liever de jager dan degene waarop gejaagd wordt”. Inmiddels was hij de vele liefdesverklaringen zat. Iedere keer dat iemand hem de liefde verklaarde, werd zijn reactie dan ook korter en botter. Misschien wel in de hoop dat de aandacht voor hem zou verminderen. Maar dat gebeurde niet.
Narcissus was bijzonder, maar hij had er meer last dan baat van. Vooral nadat hij een jonge maagd afwees en zij daar niet sportief op reageerde. Het meisje schakelde de godenwereld in om hem een koekje van eigen deeg te geven: laat hem zelf maar eens verliefd worden en afgewezen worden. En zo geschiedde het, door tussenkomst van Aphrodite. Narcissus zou op een dag verliefd worden op de enige persoon die mooi genoeg was om hem te bekoren. Hij werd verliefd op zichzelf.
Op die noodlottige dag ging hij, uitgeput van de jacht, op zoek naar een beetje water. Toen hij het vond in een rimpelloze vijver kwam hij echter niet aan drinken toe, door het zien van zijn spiegelbeeld. Het gezicht was zo volmaakt en aantrekkelijk dat Narcissus zijn dorst vergat. En zelfs alles wat er tot op dat moment aan toe deed in zijn leven. De aanblik was zo betoverend dat zelfs Narcissus’ realiteitszin er aan moest geloven. Hij kon niet bevatten dat hij de weerspiegeling niet in zijn armen kon sluiten. Iedere keer als hij het probeerde aan te raken kwam het water in beweging en verdween het beeld. Hij riep, schreeuwde en huilde, maar zijn tranen verstoorden het beeld alleen maar meer. Zijn obsessie met zijn eigen spiegelbeeld was zo groot dat hij zich niet los kon rukken van het water. Hij at niet meer, bewoog nauwelijks en weigerde te drinken uit angst het gezicht kwaad te doen. Zo takelde Narcissus langzaam af tot de liefde voor zijn spiegelbeeld hem fataal werd.

Het lijkt wel alsof wij allemaal een beetje zijn zoals Narcissus. Als kind houden we er van om rond te rennen, onbewust van onszelf en ongeïnteresseerd in wie we zouden moeten zijn. En dan, op een noodlottige dag, kijken we in het water. We zien ons eigen spiegelbeeld en het lijkt alsof we ons verstand verliezen. Zoals Narcissus niet kon inzien dat hij naar zichzelf zat te kijken, zo zien wij niet in dat we kijken naar een vertekend beeld van onszelf. Narcissus zag een bijzonder persoon en dacht ten onrechte dat het een ander was. Wij zien een bijzonder persoon en denken ten onrechte dat we het zelf zijn. We delen met Narcissus onze obsessie met dat spiegelbeeld, onkundig als we zijn om het los te laten en verder te gaan met ons leven zonder voortdurend te denken aan dat gezicht in het water.

Verder lezen? Dit is hoofdstuk 2 uit het boek “Maak me minder”.

“Stop met jezelf te (laten) beoordelen want niemand is daar toe in staat. Je overschat jezelf gemakkelijk en moet leren dat het oké is om gewoon te zijn. Wijd je leven niet toe aan het waarmaken van een zelfbeeld dat niet klopt.”

Je bent buitengewoon gewoon

Hoofdstuk 2 uit het boek "Maak me minder"